Zelf een krans van droogbloemen maken die het hele najaar mooi blijft
Een droogbloemenkrans maken in een middag: benodigdheden, waar je ze koopt, en de stap waarop de meeste kransen misgaan.
Een krans van verse bloemen aan de deur is mooi voor vier dagen en daarna een verwijt. Droogbloemen doen er maanden over voordat ze verkleuren, en dat is precies waarom ik ze in september ophang en pas rond de kerst weer weghaal. Het maken kost een middag, het materiaal kost minder dan een kant en klare krans, en je houdt genoeg over voor een klein bosje op de vensterbank.
Hieronder staat wat je nodig hebt en waar je het haalt, daarna de stappen op volgorde. Ik heb er de fouten bijgezet die ik zelf heb gemaakt, want de meeste mislukte kransen gaan op dezelfde twee momenten mis.
Wat je nodig hebt
- Een ring van 30 tot 40 centimeter. Metaal of wilgentenen, geen piepschuim.
- Bindijzerdraad of bloemistendraad, dun en groen of goudkleurig.
- Een stevige schaar of kleine snoeischaar.
- Zes tot acht soorten droogbloemen en droge grassen, samen ongeveer twee ruime bossen.
- Wat groen als vulling: eucalyptus, olijftakjes of varens.
- Een meter satijnlint of jutetouw om op te hangen.
- Eventueel haarlak, gewoon de goedkoopste.
De ring, het draad en de schaar koop je bij Praxis, Gamma of een hobbywinkel als Pipoos. Droogbloemen liggen tegenwoordig bij Intratuin, GroenRijk en de meeste tuincentra, en in het najaar ook bij Action en Xenos, al is het aanbod daar wisselend en de kwaliteit soms broos. Een goede bloemist heeft vaak losse takken per stuk, wat prettiger is dan een voorgesorteerd boeket omdat je dan zelf de verhouding bepaalt. Wil je het gratis doen: een deel van deze krans kan uit je eigen tuin en uit het bos komen, waarover verderop meer.
Zo maak je hem
- Sorteer eerst alles op de tafel. Leg per soort een hoopje neer en kijk wat je hebt. Je wilt drie lagen: volume (pampasgras, hortensia, kaardebol), structuur (grassen, tarwe, papaverbollen) en accent (statice, strobloem, eucalyptus). Ontbreekt een van de drie, dan wordt de krans plat of juist rommelig.
- Knip alles op lengte. Bosjes van ongeveer twaalf centimeter, met de steeltjes op één hoogte. Maak er meteen twintig tot vijfentwintig, dan hoef je straks niet meer te knippen met draad in je hand.
- Bind per bosje drie soorten samen. Eén volumebloem, één structuur, één accent. Twee slagen ijzerdraad om de steel, aandraaien, klaar. Dit is de stap waar het misgaat als je hem overslaat: losse takjes één voor één op de ring binden geeft altijd een kale, gevlekte krans.
- Zet het eerste bosje op de ring. Steeltjes met de klok mee, kop naar buiten. Bind het draad twee keer om de ring en om de steel en knip het draad nog niet af. Je werkt de hele krans rond met dezelfde doorlopende draad.
- Leg elk volgend bosje over de steeltjes van het vorige. Ongeveer twee derde overlap. De koppen van het nieuwe bosje moeten de binding van het vorige helemaal bedekken. Trek het draad strak aan, veel strakker dan comfortabel voelt, want droge stelen krimpen nog iets na en dan gaat een losse krans hangen.
- Werk rond tot je bij het begin bent. Til het eerste bosje voorzichtig op en schuif het laatste er onder, zodat de aansluiting niet zichtbaar is. Draai het draad een paar keer om de ring, knip af en buig het uiteinde plat naar binnen zodat je er niet aan blijft haken.
- Hang hem op en kijk van een afstand. Dit is het moment om gaten bij te werken. Losse takjes kun je nu gewoon tussen de gebonden bosjes prikken, ze blijven vanzelf klem zitten.
- Spuit hem licht in met haarlak. Op vijftig centimeter afstand, één dunne laag. Dat scheelt enorm in het ruien van pampasgras en kaardebollen. Doe dit buiten of boven een krant, want de lak slaat neer op alles eronder.
Waar het echt om draait
De kwaliteit van een krans wordt niet bepaald door de dure bloemen erin maar door de dichtheid. Bijna iedereen gebruikt te weinig materiaal, ook ik in het begin. Een goede krans voelt zwaar aan en je ziet de ring nergens meer. Wie het bij een half bosje houdt krijgt iets dat vooral op een verdwaalde bloemenkrans van een fietsversiering lijkt, en dat is zonde van de middag.
De tweede fout is te veel kleur. Droogbloemen worden in felle tinten verkocht, en die geverfde roze en oranje bossen zien er in de winkel vrolijk uit maar botsen thuis met alles. Ik houd het bij twee tinten en verder alleen natuurlijke kleuren: zand, bruin, wit, groengrijs. Dat is een smaakkwestie, geen wet, maar het sluit wel aan bij hoe de meeste Nederlandse gangen en gevels eruitzien.
Waar je hem hangt maakt bovendien meer uit dan mensen denken. Aan de buitenkant van de voordeur staat een krans op zijn mooist, maar hij verkleurt daar in een half jaar tot beige en bij een gevel op het zuiden gaat dat nog sneller. Direct zonlicht is de grootste vijand van gedroogd materiaal, vocht de tweede. Onder een afdak of in de gang blijft hij veel langer goed. Datzelfde spel van licht, materiaal en gevoel speelt binnen ook: in het stuk over tactiele materialen staat waarom ruwe, droge structuren een kale hal zoveel warmer maken dan nog een gladde spiegel.
Uit de tuin en uit het bos
De helft van wat er in mijn krans zit heeft niets gekost. Hortensia’s droog je door ze laat in het seizoen te snijden, als de bloemen papierachtig aanvoelen en niet meer sappig zijn, en ze daarna gewoon rechtop in een lege vaas te zetten. Kaardebollen, berenklauwschermen, siergrassen, zaaddozen van papaver en judaspenning drogen vanzelf als je ze een paar weken op de kop hangt op een droge, donkere plek. Een zolder of een kastje in de bijkeuken werkt beter dan de keuken, want in de keuken hangt vocht.
Neem in een bos alleen mee wat er los ligt of wat overduidelijk in overvloed staat, blijf van zeldzame planten af en respecteer de bordjes van de terreinbeheerder. Een handvol beukennootjes, dennenappels en een paar gedroogde takjes eik geven al genoeg herfst.
Erna, in huis
Een krans hoeft niet aan een deur. Plat op tafel om een dikke kaars is hij minstens zo mooi, en aan een spijker boven een dressoir vult hij een kale muur zonder dat je hoeft te boren voor een lijst. Dat laatste is misschien wel de handigste toepassing, want een grote lege wand is lastig te vullen zonder dat het duur wordt. Wie daar mee worstelt vindt in de ideeën voor een fotomuur een combinatie die goed werkt: een paar lijsten met daarnaast iets van natuurlijk materiaal doorbreekt de strakke rasters.
Wat een droogbloemenkrans niet doet, is ruiken. Dat verwachten mensen wel, en ze zijn dan teleurgesteld. Een paar druppels etherische olie op de achterkant van de ring houdt het een dag of drie vol, meer niet. Wil je dat het najaar ook te ruiken is, dan regel je dat los, zoals beschreven in de aanpak om geur in huis op te bouwen. Een krans is voor je ogen en je handen, en dat is genoeg.
Stof hem één keer per maand af met een föhn op de koude stand, op een halve meter afstand. En als hij in januari echt uitgewoond is: haal het draad eruit, gooi het plantaardige deel op de composthoop en bewaar de ring. Volgend najaar begin je gewoon opnieuw.